Balkan-bite
Balkan-bite
Ik dacht altijd dat ik er gewoon bij hoorde. Nederlander, met een vleugje Balkan. Een én-én, nooit een of/of. Tot die ene opmerking in een groepssessie. Kort. Rauw. En ineens stond ik daar niet meer als professional, maar als ‘buitenlander’.
Wat doe je dan? Inslikken? Terugbijten? Of iets anders - iets sterkers?
Dit is geen verhaal over slachtofferschap. Dit is een verhaal over veerkracht, verbinding en een flinke dosis Balkan Bite 😉
Ik ben jouw Nederlander, met Balkan Bite
We praten er vaak over alsof het een ver-van-ons-bed-show is. Polarisatie. Alsof het iets is van het journaal, van grote meningen en extreme uitspraken. Iets van de buitenwereld. Maar wat als het ineens naast je staat? In een overleg waar jij de veiligheid probeert te bewaken? Wat als het zich op jou richt? Of in dit geval: op mij.
Ik ben een vrouw met wortels in de Balkan. Ik ben opgegroeid in Nederland. Mijn hart kent twee ritmes – het polderpragmatisme en de Balkanbloedband. En dat is geen last. Het is rijkdom. Ik voel me Nederlander. En ik voel me thuis in mijn herkomst. Dat heb ik altijd als een én-én ervaren. Nooit als een of/of. Althans, tot voor kort. Want voor het eerst – voor het eerst in mijn leven – werd ik in een groep gegeneraliseerd tot iets wat ik nooit eerder was geweest: een ‘buitenlander’. Ik was altijd de Nederlander met een exotische achternaam. Met culturele rijkdom. Nooit had ik het gevoel dat ik er in deze mooie polder niet bij hoorde. Tot deze maand.
Hoe voelt het als je plots niet meer als individu wordt gezien, maar als ‘de ander’?
We zaten in een groepssessie. Een organisatie in transitie, teams in de knel. Spanningen borrelden onder de oppervlakte. Ik begeleidde. Zorgde voor structuur, lucht, richting. Tot ineens, uit het niets, de opmerking viel:
"Ja, dat doen jullie altijd."
Ik was even stil. Jullie?
Ik probeerde te begrijpen. Vroeg door. Teamcoaches? Brunettes? Vrouwen van middelbare leeftijd?
En toen kwam het antwoord. Hard. Rauw. Zonder een spoor van ironie:
"Jullie buitenlanders."
Daar stond ik dan. Begeleider. Verbinder. Doelgericht en dienstbaar. Maar in die ruimte had ik ineens geen rol meer. Alleen nog een ‘afkomst’. Een stempel.
Het raakte me. Niet op mijn professionaliteit. Niet op mijn interventies. Maar op mijn zijn. En dat deed pijn.
Ik voelde me klein en groot tegelijk. Geraakt en alert. Verdrietig en vastberaden. Een cocktail van emoties overspoelde me: verwarring, pijn, verdriet, schaamte, boosheid. En daaronder: een diep, oud gevoel van moeten bewijzen dat ik erbij hoor.
Professioneel blijven? Of gewoon mijn Balkan-hap inzetten en van me afbijten?
Ik navigeerde. Snel. Verraste mezelf. Niet om te pleasen. Niet om te sussen. Maar om te begrijpen. Want daar zit mijn kracht – in mijn culturele intelligentie. In het vermogen om verschil niet meteen glad te strijken, maar het eerst aan te kijken. Het te dragen, voordat ik iets terugvraag. En dan echte interesse te tonen. Want culturele intelligentie betekent niet dat je conflict mijdt. Het betekent dat je weet wanneer je je pijn toont en wanneer je wacht. Dat je erkent dat iemands beeldvorming niet over jou gaat, maar over zijn wereldbeeld. En dat je de moed hebt om tóch het gesprek aan te gaan.
Geraakt door zijn eigen woorden
Later die dag hield ik – hoe Balkan wil je het hebben – een smartlappenwedstrijd. Humor als heilige rook. En ja, ik won. De zaal gierde. En de persoon die mij eerder als ‘buitenlander’ had weggezet? Die complimenteerde me. We praatten daarna. Serieus. Respectvol. En eerlijk gezegd… hij was geraakt. Niet door mij, maar door zijn eigen woorden. En dat was precies wat ik wilde.
Met de groep maakte ik er later een oefening van.
We spraken over het feit dat “alles mogen zeggen” óók betekent dat je geraakt wordt. Dat als je écht openheid en ruimte wilt, je niet alleen de ander uitnodigt om te spreken, maar jezelf ook toestaat om te voelen. En mijn Balkan bite bleek helpend. Collega’s durfden uit te spreken hoe ze over elkaars denkbeelden dachten. En wat dat betekent voor hun dienstverlening.
Ik sloot af met een knipoog: "Zie je, hebben wij buitenlanders toch nog nut."
Polarisatie laat zich niet altijd temmen
Dit was mijn pijn. En ik nam het mee. Zonder te veroordelen. Zonder te willen overtuigen. Want het is niet mijn taak om iemand van mening te laten veranderen. Wat ik wél doe? Ik blijf staan. Ik blijf vragen stellen. Ik blijf verbinden. Niet omdat het makkelijk is, maar omdat ik geloof dat dáár beweging ontstaat. En dat kan met humor. Cultuur is onderdeel van vitaliteit. Van teamkracht. Van een lerende organisatie. Juist het kunnen verschillen – hoe pijnlijk ook – is soms precies wat nodig is om samen verder te komen. Polarisatie laat zich niet altijd temmen. Maar ze wil wel erkend worden. En wie haar aankijkt met moed, verandert niet alleen de ander – maar vooral zichzelf.
Ik ben jouw Nederlander. Met Balkan Bite.
Warm. Pittig. En altijd bereid om te zingen. (Oordoppen worden meegeleverd.)
Lieve groet, Marija Bjelobrk
Herken jij dit soort momenten in jouw team of organisatie?
Wil je oefenen in het navigeren van verschil, oordeel en ongemak – zonder jezelf te verliezen? Dan nodig ik je uit. Niet voor comfort. Wel voor groei. Laten we verschil niet uit de weg gaan, maar het gebruiken als bron van verbinding.
Meer weten over culturele intelligentie, teamontwikkeling of deze oefening?
Stuur me een bericht. Laten we praten. Of zingen. Je kunt ook hier even kijken.